Christophe

Evergem, 21 februari 1982,

De dag van de rebirth van het enige alfred judokus kwakje. Wat negen maanden eerder een hoopje cellen was, is nu uitgegroeid tot een mini multifunctioneel lichaampje. Bleiren, blaten en wreten.

Op zijn veertiende besluit het eendje dat het beter vertoeven is ‘op’ het water dan erin, vooral in de winter dan. Zijn eerste succes komt er in 2000 waar hij de jeugdcup afsluit met een derde plaats in de dubbeltwee. Hij wordt gebombardeerd tot de nieuwe lichtgewicht van Belgie. Enig onderzoek leert hem snel dat hij niet door het leven wil als lichtepik (wich is normal). Dus begint Christophe aan 'la grande bouffe’.

In 2002 haalt hij dan zijn eerste finale op een WK. Met feestneus van dienst Maeyens in dubbeltwee halen ze een zesde stek. In 2004 is hij zoooo close bij zijn eerste Olympische Spelen. In de dubbelvier (Roels, Smulders, Raes en Duchesne) stranden ze op 1 plaatsje van de kwalificatie. “De grootste ontgoocheling uit mijn roeicarrière” is zowat het samenvattende commentaar van Christophe, verder ook een uiterst stille, niet tot onsamenhangende uitspraken te forceren man.

Toen kwam verrassingsjaar 2005. Hij stapt met een eveneens ontgoochelde, en tegelijk ook geprikkelde Smulders in de dubbeltwee. Het werdelbekerseizoen werd afgesloten met twee B-finales op zak. Op het WK deden ze nog wat beter. Daar dreven ze in no time naar een zesde plaats en een neus wijzend naar de toekomst.

2006 was een kopie van 2005. Op die manier begon hij in 2007 aan een belangrijk seizoen. De rechtstreekse plaatsing voor de Beijing is de inzet van het WK. Het wereldbekerseizoen verloopt ronduit slecht. Met knikkende knieen en een loodzware opdracht in één van de zwaarste velden van het roeicircuit, komen ze aan de start op het WK. Ze halen er een 11de stek, rechtstreekse plaatsing dus voor het IOC.

Christophe blaast eerst wat stoom af en wijdt zich aan zijn prille vaderschap voor hij aan 2008 begint. Zijn maat Smullie moet de strijd om een plaats in de dubbel en vooral om Peking staken wegens een zware rugblessure, die hem tot op de dag van vandaag uit de boot houdt. Er moeten nog resultaten behaald worden om de norm van het BOIC te halen. Eerst gaat hij samen met Maeyens op zoek naar de norm. Wanneer er beslist wordt om die dubbel te ontbinden moet Poelvoorde den boot in. Ze halen nog een tweede wereldbekerfinale en sluiten het voorseizoen af met een mooie vijfde stek. Op die manier gaat hij met een onverwachte ploeggenoot naar de spelen, en komt zijn jongensdroom uit. Op die spelen roeit hij de ziel uit zijn lijf en strand op een mooie achtste plaats.